You are here
Ouderdom overkomt je niet
Martin Boekholdt, voormalig bestuurder in de ouderenzorg en bijzonder hoogleraar Organisatie en Beleid
van Zorg aan de Vrije Universiteit, over de AWBZ.De AWBZ loopt tegen haar grenzen aan; dat leidt geen twijfel.
Meer en andere zorgvragen; betaalbaarheid die in het geding is; grote bezuinigingen op komst; een uitvoeringsorganisatie die maatregel op maatregel stapelt zonder een wezenlijk perspectief, en die oproept om te dynamiseren, maar in z’n werking vooral verstart. Als er iets gebeurt, is het meestal omdat zorgorganisaties, ondanks deze context, toch over hun eigen schaduw heen springen.
In het debat over hoe het nu verder moet, zijn de posities voorspelbaar.
Enerzijds angst en zorg over wat er gaat komen. Anderzijds het besef dat onder druk alles vloeibaar wordt en dat er dus kansen liggen om onthecht naar ouderdom en ouderenzorg te kijken en dit te vertalen naar een nieuw perspectief. Het is het verschil tussen op de rem trappen, zoals een recente dwarsligger doet (Schalk, ZM april 2010), en de uitdaging van het nieuwe en dus onzekere willen aangaan. De onderhavige dwarsligger kiest voor het laatste en zal ook betogen waarom en hoe.
Ouderdom overkomt je niet. Het is een fase in de levensloop waarop iedereen zich vele tientallen jaren kan voorbereiden. Het gebeurt weinig. Voorzorg is geen aandachtspunt van de meeste toekomstige ouderen. Anderen zijn oud. Als toch kwetsbaarheid of afhankelijkheid ontstaan, is er een vanzelfsprekend beroep op publieke voorzieningen. De invulling van de laatste levensfase wordt in belangrijke mate bepaald door de wijze waarop publieke zorg in natura wordt uitgekeerd: schraal, uniformerend en vaak hospitaliserend. Dezelfde leef- en zorgsituatie voor iedereen die daarvoor een verschillend leven heeft geleid. Terwijl er juist in de laatste levensfase zoveel behoefte is aan eigenheid, reflectie en zingeving. Ze worden ondergeschikt gemaakt aan de publieke uitvoeringssystematiek, die kwaliteit van leven tekort doet.
Is dat onvermijdelijk?
In ieder geval in mindere mate als afstand wordt genomen van het gangbare debat over het stelsel, en andere vertrekpunten worden benoemd en consequent worden uitgewerkt. We noemen er twee.
Ouderen zijn zelf verantwoordelijk voor actief en gezond oud worden (longevity). De latere fasen in het leven horen er ook bij. Het impliceert burgerschap ook in deze fasen; niet alleen rechten wanneer zorg nodig is, maar ook plichten met betrekking tot regie nemen, voorzorg en zelfbeschikking en –organisatie. Bewustwording hieromtrent heeft te weinig aandacht. Daarnaast een bekostiging die volledig individueel wordt. Ouderen contracteren zelf met private bekostiging als basis. Is deze ontoereikend, dan is er een aanvullende doeluitkering op basis van een inkomens- en behoeftetoets.Dus niet langer eigen bijdragen aan gefixeerde publieke zorg, maar financiële ondersteuning uit publieke middelen voor hen die dat nodig hebben bij een privaat te bekostigen zorg. Natuurlijk wordt onmiddellijk opgeworpen dat het veel ouderen niet gegeven is hun oude dag zelf op deze wijze te regelen. Dat is juist. Maar het gaat om vertrekpunten. Er kan altijd aanvullende ondersteuning worden georganiseerd; beroepsmatig, of vanuit informele zorg of sociale netwerken.
Deze vertrekpunten zullen leiden tot echte dynamiek en daarmee verandering in de ouderenzorg. Ze zetten aan tot differentiatie in arrangementen die aansluiten bij kwaliteit van leven. Zorgaanbieders worden uitgedaagd ondernemend te zijn; niet alleen in niches of beperkte commerciële activiteiten. Zelforganisatie en gemeenschapsvorming van ouderen wordt gestimuleerd. Private financiële middelen worden in de sector gebracht en er komt ruimte voor financiële dienstverlening (bijv. aanvullende verzekeringen). Informele, beroepsmatige en maatschappelijke zorg raken verknoopt. Bureaucratie wordt gereduceerd omdat er minder uitvoeringsorganisatie (bijv. zorgkantoren) nodig is, en de overheid kan zich op afstand kan stellen met blijvende aandacht voor erkenningen en inspectie van aanbieders En er wordt bijgedragen aan solidariteit. Niet alleen intergenerationeel, doordat babyboomers zelf in belangrijke mate bijdragen aan het hanteerbaar maken van “hun” vergrijzing, maar ook binnen de generatie. Publieke middelen komen terecht bij hen die het echt nodig hebben. Daarmee wordt het kenmerk van de huidige publieke zorg doorbroken dat door de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling zo treffend is getypeerd: gelijkheid als de vijand van rechtvaardigheid.
Wordt het niet de hoogste tijd om het debat eens langs deze lijnen te gaan voeren?
Martin Boekholdt
Markeer als favoriet
Bookmark
Email dit artikel
Bekeken: 480
Reactie (0)

Reageer
U moet ingelogd zijn om een reactie te geven. U kunt hier inloggen of hier registreren.
Inloggen
Winkelmandje
Uw mandje is momenteel leeg.


